ECLI:NL:RVS:2018:4216
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld zonder zwaarwegende belangen volgens Vc 2000
De vreemdeling werd op 4 oktober 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat zwaarwegende belangen bestonden voor de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling. De staatssecretaris had zich onterecht beroepen op een terugkeerbesluit en eerdere illegale poging tot grensoverschrijding, terwijl de limitatieve opsomming in paragraaf A5/2.4 van de Vreemdelingenwet 2000 niet werd gevolgd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel daartoe niet nodig. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van bewaring en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring onrechtmatig bevonden en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend.