ECLI:NL:RVS:2018:4214
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluiten verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek westerse levensstijl
Bij besluiten van 11 juli 2018 verklaarde de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag vernietigde deze besluiten en verklaarde de beroepen gegrond, waarbij de rechtsgevolgen van de besluiten in stand bleven. De vreemdelingen stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 19 december 2018 dat het hoger beroep gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak over de westerse levensstijl van vrouwelijke asielzoekers. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van 11 juli 2018 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris wordt opgedragen de gestelde westerse levensstijl van een van de vreemdelingen opnieuw te onderzoeken en te beoordelen, met inachtneming van de onderzoeksplicht en motiveringsplicht zoals toegelicht in de eerdere uitspraak van 21 november 2018. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.503,00.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkheidsbesluiten van 11 juli 2018 worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot heronderzoek en proceskostenvergoeding.