ECLI:NL:RVS:2018:4213
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en gegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 28 februari 2018 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod tegen hen uitgevaardigd. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen op 29 maart 2018 ongegrond. De vreemdelingen stelden hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt, mede gelet op een eerdere uitspraak van 21 november 2018 over de beoordeling van een westerse levensstijl van vrouwelijke asielzoekers, dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen worden alsnog gegrond verklaard. De besluiten van 28 februari 2018 worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris wordt opgedragen het onderzoek naar de westerse levensstijl van vreemdeling 1 opnieuw te verrichten en daarbij de onderzoeksplicht en motiveringsplicht zoals geformuleerd in de eerdere uitspraak in acht te nemen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.503,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en besluiten worden vernietigd en de staatssecretaris moet het onderzoek opnieuw verrichten.