ECLI:NL:RVS:2018:4129
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de machtiging tot voorlopig verblijf daadwerkelijk moet worden verleend en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook is geen sprake van een onevenredige inspanning voor nader onderzoek door de staatssecretaris. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €501,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.