ECLI:NL:RVS:2018:4128
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 7 november 2018 wees de staatssecretaris de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen drie maanden een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en vond het verzoek van de staatssecretaris kennelijk gegrond. Daarom werd bepaald dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 17 december 2018 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.