ECLI:NL:RVS:2018:4121
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 5 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd, met name omdat de bedreigingen die de vreemdeling stelde te ondervinden samenhangen met de bekering van zijn vader, welke bekering in een gelijktijdige zaak als ongeloofwaardig is beoordeeld.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor herbehandeling.