ECLI:NL:RVS:2018:4087
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.E.M. Polak
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak boeteoplegging wegens overtreding Geneesmiddelenwet
De minister van Volksgezondheid legde op 23 december 2016 een bestuurlijke boete van €10.500,- op aan appellante sub 1 wegens overtreding van artikel 40, tweede lid, en artikel 84, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. De boete betrof het verkopen en reclame maken voor geneesmiddelen zonder handelsvergunning via de website van haar handelsnaam [bedrijf A].
De rechtbank Gelderland stelde de boete bij uitspraak van 13 december 2017 vast op €8.166,66 en verklaarde het beroep van appellante sub 1 gegrond. De minister stelde incidenteel hoger beroep in, appellante sub 1 stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 14 november 2018.
De Afdeling oordeelt dat de minister terecht het rapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit aan de boeteoplegging ten grondslag mocht leggen, ondanks dat het rapport tien maanden na de inspectie werd opgesteld. Ook is appellante sub 1 terecht als overtreder aangemerkt, omdat zij verantwoordelijk was voor de inhoud van de website en de verkoop van de producten. Het betoog over ongelijkheidsbehandeling faalt.
Wel vernietigt de Afdeling het deel van de uitspraak waarin de minister werd gelast €168,- aan griffierecht te vergoeden, omdat het geheven griffierecht €333,- bedroeg. De minister wordt gelast dit correcte bedrag aan appellante sub 1 te vergoeden, samen met de griffierechten voor de behandeling van het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en griffierechtvergoeding gecorrigeerd naar €333,-