ECLI:NL:RVS:2018:4074
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op kinderopvangtoeslag voor partner met onbetaald promotieonderzoek
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag van de wederpartij over 2015 definitief vast en wees bezwaar af. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit, omdat het verrichten van promotieonderzoek als arbeid werd aangemerkt, wat recht geeft op kinderopvangtoeslag.
De Belastingdienst stelde in hoger beroep dat alleen betaalde arbeid in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 recht geeft op toeslag, en dat de wetswijziging uit 2006 niet de bedoeling had dit te veranderen voor partners die in Nederland wonen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de huidige wetstekst en wetsgeschiedenis niet uitsluiten dat onbetaalde arbeid, zoals promotieonderzoek, onder het begrip arbeid valt.
De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare werkzaamheden als arbeid werden aangemerkt. De werkzaamheden van de partner van de wederpartij vielen binnen deze reikwijdte, zodat het beroep van de Belastingdienst faalde.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de Belastingdienst werd veroordeeld tot betaling van griffierecht. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.