ECLI:NL:RVS:2018:4031
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor gebruik perceel in strijd met bestemmingsplan
Appellant kocht in 2004 een perceel te Berghem, dat deels bestemd is voor wonen en deels voor agrarisch gebruik met landschappelijke waarden. Na splitsing in 2010 verkocht hij het woongedeelte en behield het weiland met schuren. Het college weigerde in 2016 een omgevingsvergunning voor het gebruik van een pad op het weiland om met een auto naar de schuren te rijden, omdat dit volgens het college een uitbreiding van de woonfunctie en strijd met het bestemmingsplan zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het pad al bestond bij het inwerkingtreden van het bestemmingsplan en dat het gebruik ervan voor verkeer binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' is toegestaan. De Afdeling oordeelt dat een vergunning op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo niet vereist is.
Daarom vernietigt de Afdeling het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, wijst de aanvraag alsnog af, en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt verplicht de aanvraag omgevingsvergunning alsnog af te wijzen met vergoeding van proceskosten.