ECLI:NL:RVS:2018:4012
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na intrekking verblijfsvergunning
De staatssecretaris heeft op 5 november 2015 de verblijfsvergunning van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar, dat bij besluit van 6 december 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in, terwijl de vreemdeling een voorlopige voorziening verzocht om uitzetting te voorkomen totdat het bezwaar opnieuw is beoordeeld. De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat de vreemdeling belang heeft bij de voorziening en dat de staatssecretaris nog geen nieuw besluit heeft genomen.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het nieuwe besluit op het bezwaar is genomen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat de staatssecretaris opnieuw op het bezwaar heeft beslist.