ECLI:NL:RVS:2018:3969
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding Arbobesluit bij afstelwerkzaamheden trompmachine
Op 26 april 2016 vond op het bedrijfsterrein van appellant een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer zijn rechterhand beknelde aan een trompmachine tijdens het verwisselen van een doorn. Dit leidde tot ernstig letsel, waaronder een verbrijzelde ringvinger en een afgescheurde pees. De arbeidsinspecteur stelde een boeterapport op en de minister legde een bestuurlijke boete van €11.250 op wegens overtreding van artikel 7.5, derde lid, van het Arbobesluit.
De rechtbank oordeelde dat het verwisselen van de doorn als afstelwerkzaamheden moet worden gezien en dat de machine uitgeschakeld had moeten worden om het ongeval te voorkomen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het ging om omstellen, niet afstellen, en dat het niet gebruikelijk is de machine spanningsloos te maken bij dergelijke werkzaamheden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp dit betoog en stelde dat afstelwerkzaamheden in ruime zin moeten worden geïnterpreteerd, waarbij ook het verwisselen van de doorn valt.
Verder oordeelde de Afdeling dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar niets valt te verwijten, ondanks het ontbreken van opzet of schuld. De boete werd daarom terecht opgelegd. Verzoeken tot matiging van de boete werden eveneens afgewezen omdat appellant onvoldoende had onderbouwd dat zij alle redelijke maatregelen had genomen om het ongeval te voorkomen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €11.250 wegens overtreding van artikel 7.5, derde lid, Arbobesluit wordt bevestigd.