ECLI:NL:RVS:2018:3943
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens gebruik woning als prostitutiebedrijf
De burgemeester legde aan appellant, eigenaar van een woning in Amsterdam, een last onder dwangsom op wegens het gebruik van die woning als prostitutiebedrijf zonder vergunning. Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat het verbod zich richt op exploitanten en hij geen zorgplicht had.
De rechtbank oordeelde dat appellant als eigenaar wist of had moeten weten van het gebruik van de woning als prostitutiebedrijf en bevestigde de last onder dwangsom. De Raad van State overwoog dat het verbod in de APV zich weliswaar richt op exploitanten, maar dat de eigenaar van een pand verantwoordelijk kan worden gehouden indien hij wist of had moeten weten van de overtreding.
De Raad van State verwierp het beroep van appellant en bevestigde dat hij als overtreder kan worden aangemerkt. De vraag of sprake is van medeplegen werd als niet relevant beoordeeld omdat er geen gezamenlijke normschending was. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat appellant als eigenaar kan worden aangemerkt als overtreder en wijst het hoger beroep af.