ECLI:NL:RVS:2018:3921
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 juni 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 19 juni 2018 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen vier weken de mvv te verlenen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien door de staatssecretaris op te dragen de mvv te verlenen. Het is immers aan de staatssecretaris om te beslissen of het vonnis dwingt tot verlening van de mvv.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris werd opgedragen de mvv te verlenen en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit, met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris werd opgedragen de mvv te verlenen en verwijst de beslissing terug naar de staatssecretaris.