ECLI:NL:RVS:2018:3904
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- B.J. Schueler
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan vanwege onvoldoende motivering beschermingszone en planregels
De zaak betreft het bestemmingsplan voor een locatie te Eijsden waarbij vier woningen zijn voorzien nabij een fruitteeltbedrijf. Appellant, eigenaar van het fruitteeltbedrijf, vreesde belemmeringen in zijn bedrijfsvoering door klachten van toekomstige bewoners over drift van gewasbeschermingsmiddelen. De raad stelde een beschermingszone in met een aarden wal en dubbele windhaag.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde in een tussenuitspraak dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom de afstand van 16,5 meter tussen woningen en fruitteeltbedrijf acceptabel was, terwijl een vuistregel van 50 meter geldt. De raad stelde het plan daarna gewijzigd vast met een aangepaste beschermingszone van drie windhagen van 4 meter hoog op een grondwal van 1 meter en een voorwaardelijke verplichting dat wonen alleen is toegestaan indien binnen vijf jaar gerealiseerd.
De Afdeling stelde vast dat het besluit van 20 februari 2018 onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte omtrent de aanplanthoogte van de hagen vanwege tegenstrijdigheden in het landschapsplan. Daarom werd artikel 5, lid 5.5.3, van de planregels vernietigd. De Afdeling voorzag zelf in de zaak door te bepalen dat de aanplanthoogte 4 meter moet bedragen. Verder oordeelde de Afdeling dat de raad niet in strijd met de opdracht handelde door de bekendmaking na de termijn te doen en dat de beschermingszone voldoende was om onaanvaardbare gevolgen voor appellant te voorkomen.
Tot slot werd appellant in het gelijk gesteld en werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit en de raad werd opgedragen de wijziging binnen vier weken te verwerken in het elektronisch plan.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en onduidelijkheid over de aanplanthoogte van de hagen; de Afdeling voorziet zelf in de zaak met een verplichte aanplanthoogte van 4 meter.