ECLI:NL:RVS:2018:3844
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier en inreisverbod ondanks belangenafweging artikel 8 EVRM
De vreemdeling, met de Marokkaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan om bij haar Nederlandse echtgenoot te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan de vrijstellingscriteria.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond omdat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de leeftijd, medische situatie en mantelzorg van de echtgenoot in de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris bij het nieuwe besluit op bezwaar de belangenafweging wel degelijk zorgvuldig had gemaakt en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij en haar echtgenoot hun gezinsleven niet in Marokko konden voortzetten. De Afdeling bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.
Daarnaast werd geoordeeld dat het horen van de vreemdeling voorafgaand aan het nieuwe besluit niet verplicht was, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. Het inreisverbod werd eveneens gehandhaafd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod worden bevestigd; het hoger beroep is ongegrond verklaard.