ECLI:NL:RVS:2018:3793
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor tijdelijke woonunit op perceel met bestemming Sport - Manege
Het college van burgemeester en wethouders van Uden weigerde op 9 januari 2017 een omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van een woonunit op een perceel te Uden met de bestemming Sport - Manege. De appellant had de woonunit reeds geplaatst zonder vergunning en stelde dat het gemeentelijke beleid het plaatsen op het bouwperceel of erf toestond, wat volgens hem hier het geval was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het bestemmingsplan geen afwijking toestaat voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit op het perceel en dat de woonunit niet ten dienste staat van de bestemming Sport - Manege. Het gemeentelijk beleid vereist dat de woonunit op het bouwperceel of erf moet staan waar wordt gebouwd, wat hier niet het geval was.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht het beleid heeft gevolgd en dat de appellant op eigen risico handelde door de woonunit zonder vergunning te plaatsen. Ook werden de door appellant aangevoerde omstandigheden, zoals de hoge kosten bij verplaatsing en zichtbaarheid, niet als reden gezien om van het beleid af te wijken. De door appellant aangevoerde toezeggingen van de gemeente werden niet aannemelijk geacht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het tijdelijk plaatsen van een woonunit op het perceel.