ECLI:NL:RVS:2018:3744
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 april 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 21 december 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond op 1 juni 2018.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris niet had voldaan aan zijn nieuwe vaste gedragslijn bij de beoordeling van de identiteit en familierelatie van de vreemdeling, zoals eerder vastgesteld in uitspraken van 16 mei 2018. De motivering van het besluit was daardoor ondeugdelijk.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en verklaarde het beroep gegrond. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van de vreemdeling.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering door bestuursorganen en de toepassing van vaste gedragslijnen bij vreemdelingenzaken, waarbij ook onofficiële documenten in de beoordeling betrokken kunnen worden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.