ECLI:NL:RVS:2018:3731
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding Arbeidstijdenwet na termijnoverschrijding bezwaar
De minister legde aan een vennootschap een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet. De vennootschap werd failliet verklaard en de appellant, vennoot van de vennootschap, maakte bezwaar tegen de boete na afloop van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep ongegrond.
De appellant voerde aan dat hij door het faillissement geen toegang had tot het bedrijfsadres waar de post werd bezorgd en dat de post via de curator werd afgehandeld, waardoor hij het besluit niet tijdig kon ontvangen. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat het vermoeden van ontvangst van het besluit op het bedrijfsadres niet was weerlegd, mede omdat de appellant geen bewijs leverde dat de curator de post niet had ontvangen.
De Afdeling bevestigde dat het besluit op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt en dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.