ECLI:NL:RVS:2018:3645
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel minderjarige vreemdeling
De staatssecretaris heeft een aanvraag van een minderjarige vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende had meegewogen dat de vreemdeling, ondanks zijn minderjarigheid en culturele achtergrond, meer informatie had kunnen verschaffen over het conflict dat tot vertrek uit Tsjaad leidde. Ook wees hij op het ontbreken van onderbouwing met documenten. Daarnaast voerde hij aan dat de vreemdeling niet voldeed aan de vereisten voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, omdat hij bij de eerste aanvraag vijftien jaar was en niet jonger dan vijftien.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht had gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig was en dat het beleid omtrent minderjarige vreemdelingen correct was toegepast. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.