ECLI:NL:RVS:2018:364
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij beroep tegen weigering besluit raadgevend referendum
De Stichting Meer Democratie heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum (Wrr). De minister had geen besluit genomen over de vraag of over de wet tot intrekking van de Wrr een referendum kan worden gehouden, omdat het wetsvoorstel nog in behandeling was bij de Tweede Kamer en de minister pas bevoegd is een dergelijk besluit te nemen nadat het wetsvoorstel is aangenomen en bekrachtigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft onderzocht of zij bevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Gelet op artikel 6:2 Awb Pro geldt dat een schriftelijke weigering een besluit te nemen slechts beroep- en bezwaarvatbaar is indien het bestuursorgaan ten tijde van de weigering bevoegd was tot het nemen van dat besluit. Nu de minister op het moment van de weigering niet bevoegd was, is de Afdeling onbevoegd.
De Afdeling verklaart zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en wijst het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis is uitgesproken op 2 februari 2018 door voorzitter J.A. Hagen en leden A.B.M. Hent en N. Verheij.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen wegens gebrek aan bevoegdheid van de minister ten tijde van de vermeende weigering.