ECLI:NL:RVS:2018:3618
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en hernummering van ligplaatsen in Amsterdam en bezwaarprocedures
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft in 2016 en 2017 besluiten genomen over het opnemen en hernummeren van ligplaatsen van woonboten in het adressenregister. [appellant sub 1] maakte bezwaar tegen deze besluiten, omdat hij meende dat de wijzigingen schade veroorzaakten, onder meer door verminderde vindbaarheid van zijn onderneming.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de opname van het adres in het adressenregister ontvankelijk en vernietigde het besluit, maar verklaarde de bezwaren tegen de hernummering ongegrond. Beide partijen gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat bezwaar tegen de opname van het adres in het adressenregister niet mogelijk is, omdat dit een feitelijke handeling betreft zonder rechtsgevolg. Tegelijkertijd erkent de Raad dat [appellant sub 1] voldoende belang heeft bij zijn beroep wegens de door hem gestelde schade. De Raad vernietigt daarom het eerdere oordeel van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2016 ongegrond.
Wat betreft de hernummering oordeelt de Raad dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom de gekozen nummeraanduidingen logisch zijn en bevestigt het dat het bezwaar van [appellant sub 1] ongegrond is. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en dat van appellant ongegrond; het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2016 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van 16 november 2017 bevestigd.