ECLI:NL:RVS:2018:3607
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H. Bolt
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wijziging vergunningvoorschrift inzake melkrundveehouderij met vergistingsinstallatie
Het college van burgemeester en wethouders van Coevorden wijzigde ambtshalve de voorschriften van een omgevingsvergunning voor een melkrundveehouderij met vergistingsinstallatie op een perceel te Coevorden. Appellanten, bewoners van de nabijgelegen woonwijk, stelden dat de besluiten onvoldoende bescherming boden tegen milieuhinder en betwistten onder meer de bevoegdheid van het college en de inhoud van de voorschriften.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was om de voorschriften te wijzigen, omdat de inrichting geen IPPC-installatie is zoals bedoeld in de relevante Europese richtlijn. De Afdeling verwierp betogen over het gebruik van de feitelijke situatie in plaats van de vergunde situatie en over vermeende rechtsonzekerheid van enkele voorschriften. Wel werd geoordeeld dat voorschrift I4, dat toestaat dat meer afvalstoffen worden verwerkt dan in de aanvraag was vermeld, niet aan de vergunning had mogen worden verbonden vanwege strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Het verzoek tot intrekking van de vergunning werd afgewezen omdat de inrichting volgens de Afdeling voldoet aan de beste beschikbare technieken, ook zonder na-opslag. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellanten gegrond, vernietigde het besluit voor zover het voorschrift I4 betreft en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het incidenteel hoger beroep van het college werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het besluit van 10 januari 2013 wordt vernietigd voor zover het voorschrift I4 betreft en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.