ECLI:NL:RVS:2018:3571
Raad van State
- Wraking
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster heeft bij de Raad van State verzocht om wraking van staatsraad G.M.H. Hoogvliet wegens vermeende vooringenomenheid tijdens de behandeling van haar hoger beroep. Zij stelde dat de staatsraad haar niet voldoende gelegenheid gaf om haar standpunten toe te lichten, haar meerdere malen onderbrak, en de gemachtigde van de belastingdienst juist complimenteerde. Tevens wees zij op een professionele en organisatorische connectie tussen de staatsraad en de gemachtigde van de belastingdienst.
De staatsraad heeft in zijn reactie aangegeven dat hij geen aanleiding zag om vragen te stellen aan verzoekster en dat zijn onderbrekingen bedoeld waren om de spreektijd te beperken. Hij ontkende elke vorm van vooringenomenheid en benadrukte dat hij geen inhoudelijke waardering had uitgesproken over de bijdrage van de gemachtigde van de belastingdienst.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de enkele subjectieve indruk van verzoekster onvoldoende is om vooringenomenheid aan te nemen. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid opleverden. De zitting was volgens het proces-verbaal zorgvuldig verlopen, waarbij beide partijen voldoende gelegenheid kregen om hun standpunten toe te lichten. De professionele connecties tussen de staatsraad en de gemachtigde van de belastingdienst waren onvoldoende om onpartijdigheid in twijfel te trekken.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bevestigd dat de staatsraad onpartijdig heeft gehandeld tijdens de behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad G.M.H. Hoogvliet wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.