ECLI:NL:RVS:2018:3516
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen belang na verlening verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 12 mei 2017 niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de procedure verleende de staatssecretaris op 25 juli 2017 alsnog een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. Op grond van artikel 19 van Pro de Dublinverordening werd Nederland daarmee de verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van de asielaanvraag, waardoor de rechtsgevolgen van het eerdere besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen vervielen.
Omdat het doel van het hoger beroep, namelijk de behandeling van de asielaanvraag, inmiddels was bereikt en de vreemdeling geen ander belang meer had, verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege vervallen belang na verlening van een verblijfsvergunning.