ECLI:NL:RVS:2018:3509
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris heeft op 15 november 2016 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen en het bezwaar van de vreemdeling op 20 juli 2017 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze afwijzing op 12 februari 2018. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris bij de beoordeling van nareisaanvragen een nieuwe vaste gedragslijn volgt, waarbij onofficiële documenten betrokken kunnen worden om identiteit en familierelaties vast te stellen. Het besluit van 20 juli 2017 toont echter niet aan dat de staatssecretaris deze gedragslijn heeft toegepast, waardoor de motivering ondeugdelijk is.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 20 juli 2017, en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling in lijn met de nieuwe gedragslijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.