ECLI:NL:RVS:2018:3489
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Uylenburg
- D.J.C. van den Broek
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen wijzigingsplan infrastructuur en tuinbouw Bommelerwaard
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland stelde op 27 maart 2018 het wijzigingsplan infrastructuur, landschap en tuinbouw Bommelerwaard vast. Appellanten, waaronder agrarische ondernemers en tuinbouwers, voerden diverse bezwaren aan tegen het plan, zoals de noodzaak van een rotonde op hun gronden, het verlies van agrarische en tuinbouwgrond, gevolgen voor woon- en leefklimaat, archeologische belangen en waterhuishouding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat de rotonde en rondweg noodzakelijk zijn voor verkeersveiligheid en leefbaarheid, mede gelet op het milieuonderzoek dat verkeersintensiteiten en milieueffecten onderbouwt. Alternatieven die minder bezwarend zijn, zijn naar het oordeel van de Afdeling redelijkerwijs niet vereist.
Verder is vastgesteld dat het plan slechts een relatief beperkt deel van de gronden van appellanten betreft, dat het plan niet in de weg staat aan toekomstige uitbreidingen binnen bouwvlakken, en dat de groenstrook dient ter landschappelijke inpassing. De bezwaren over geluid, fijnstof, trilling en wateroverlast zijn onvoldoende onderbouwd en het college heeft adequaat rekening gehouden met deze aspecten.
De bezwaren over archeologische waarden zijn niet ontvankelijk omdat zij niet het eigen belang van appellanten raken. De Afdeling concludeert dat het college in redelijkheid meer gewicht mocht toekennen aan de belangen van het plan dan aan de bezwaren van appellanten en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen het wijzigingsplan worden ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.