ECLI:NL:RVS:2018:3469
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen bewoning woonwagen in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal legde [appellante A] en [appellant B] een last op om een woonwagen van het terrein met bestemming 'Woonwagenkamp' te verwijderen en verwijderd te houden. Na bezwaar wijzigde het college dit in het beëindigen van de bewoning van de woonwagen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten voerden aan dat concreet zicht op legalisatie bestond en dat bijzondere omstandigheden, zoals schending van het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, handhaving in de weg stonden. De Raad van State oordeelde dat er geen concreet zicht op legalisatie was omdat het woonwagenpark slechts vier standplaatsen kent en geen medewerking wordt verleend aan uitbreiding. Het rapport van de Nationale Ombudsman was onvoldoende om van concreet zicht te spreken.
Verder faalden de betogen over bijzondere omstandigheden. Het college handhaafde terecht omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat er toezeggingen waren gedaan die gerechtvaardigd vertrouwen schepten. Ook was er geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel of het beginsel van fair play. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.