ECLI:NL:RVS:2018:346
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot huurtoeslag wegens te hoge rekenhuur en inkomen
Bij besluit van 5 augustus 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag van appellant over 2014 herzien en op nihil gesteld, met terugvordering van €3.721,00. De Belastingdienst stelde dat de rekenhuur van de woning hoger was dan de maximale toegestane rekenhuur van €699,48 en dat het toetsingsinkomen van appellant hoger was dan de inkomensgrens van €29.325,00.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht uitging van een kale huurprijs van €1.250,00, zoals vermeld in de huurovereenkomst, en dat het verzamelinkomen van appellant €44.000,00 bedroeg. Appellant voerde aan dat hij de woning huurde via zijn BV voor €699,00, maar kon dit niet aannemelijk maken met een huurovereenkomst of betalingsgegevens.
De Raad van State bevestigt dat de Belastingdienst terecht uitging van de hogere huurprijs en het vastgestelde inkomen. Ook al loopt er een procedure over het inkomen bij de belastingrechter, dit doet niet af aan de huidige beoordeling. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.