ECLI:NL:RVS:2018:3450
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting kamer wegens aanwezigheid grote hoeveelheid harddrugs in Maastricht
De burgemeester van Maastricht heeft bij besluit van 11 januari 2016 onder bestuursdwang een kamer in een pand te Maastricht gesloten voor de duur van zes maanden nadat de politie op 18 december 2015 een weegschaal en 235,2 gram heroïne aantrof. De rechtbank Limburg heeft deze sluiting rechtmatig verklaard. Tegen dit besluit stelde de eigenaar van het pand, appellant, beroep in en voerde aan dat de kamer niet bekend stond als drugspand, dat een verdachte zonder toestemming de kamer was binnengegaan en dat de sluiting onevenredige gevolgen had.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de hoeveelheid harddrugs ruim boven de norm voor eigen gebruik ligt, waardoor aannemelijk is dat de drugs bestemd waren voor verkoop of verstrekking. Appellant heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Ook het argument dat de huurovereenkomst was beëindigd en dat de verdachte zonder toestemming de kamer betrad, doet niet af aan de bevoegdheid van de burgemeester tot sluiting.
De Afdeling stelt dat het Damoclesbeleid, dat sluiting voor zes maanden voorschrijft bij dergelijke feiten, correct is toegepast. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die de sluiting onevenredig maken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de kamer voor zes maanden wordt bevestigd wegens de aanwezigheid van een grote hoeveelheid harddrugs.