ECLI:NL:RVS:2018:3412
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
De staatssecretaris heeft op 13 juli 2016 de aanvraag van een Afghaanse vreemdeling voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste. De vreemdeling was voor twee van de drie onderdelen van het inburgeringsexamen geslaagd, maar niet voor het derde onderdeel, waarvoor zij twee punten tekort kwam. De rechtbank oordeelde dat de weigering onrechtmatig was vanwege onvoldoende motivering en bijzondere omstandigheden, waaronder medische problemen en reisbeperkingen voor alleenstaande vrouwen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het belang van het inburgeringsvereiste zwaarder woog, dat het beleid conform het arrest K. en A. was toegepast en dat de medische omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd. De Raad van State overwoog dat het inburgeringsvereiste gericht is op integratie en dat persoonlijke omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen, maar dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was het examen opnieuw af te leggen of begeleid naar Teheran te reizen.
Verder achtte de Afdeling het tijdsverloop tussen het examen in 2012 en de aanvraag in 2016 relevant en vond zij dat het belang van het inburgeringsvereiste niet onredelijk werd overschreden. Ook werd geoordeeld dat het gezinsleven in Afghanistan objectief mogelijk is, ondanks eerdere asielstatus en medische en financiële omstandigheden van de referent. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.