ECLI:NL:RVS:2018:3270
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- D.A.C. Slump
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en verlening standplaatsvergunning Stationsplein Weert
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende op 10 april 2017 aan appellante een standplaatsvergunning voor de verkoop van consumptie-ijs en oliebollen op het Stationsplein in de periode oktober 2017 tot januari 2018. Partij, die sinds 1987 een oliebollenkraam exploiteert op die locatie, maakte bezwaar tegen de mededeling van het college over de vergunningverlening. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, maar de rechtbank oordeelde dat de brief van het college een besluit was en dat het college buiten zijn bevoegdheden was getreden door een afwijkende vergunningsprocedure in te voeren.
De rechtbank vernietigde het besluit en beval het college een nieuw besluit te nemen. Het college verleende vervolgens aan partij een vergunning en trok die van appellante in. Appellante stelde beroep in tegen deze besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante een rechtstreeks belang had en dat het college de vergunning voor de tijdelijke standplaats op het Stationsplein niet op de juiste wijze had verleend. De intrekking van de vergunning aan appellante was onterecht omdat geen van de in de verordening genoemde gronden voor intrekking van toepassing was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, vernietigde de besluiten van 28 september 2017, verklaarde het bezwaar van partij tegen het besluit van 18 april 2017 ongegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit op bezwaar.
Uitkomst: De besluiten van het college van 28 september 2017 worden vernietigd en het bezwaar van partij tegen het besluit van 18 april 2017 wordt ongegrond verklaard.