ECLI:NL:RVS:2018:3257
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet tijdig beslissen exploitatievergunning vaartuig
De Vereniging diende op 3 februari 2017 een aanvraag in voor een exploitatievergunning voor een vaartuig bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college verdaagde de beslistermijn met acht weken, maar stelde deze later voor onbepaalde tijd opgeschort vanwege beleidswijzigingen.
De Vereniging stelde het college bij brief van 30 juni 2017 in gebreke en vorderde een dwangsom. Vervolgens stelde [appellant] namens de Vereniging beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat [appellant] geen belanghebbende zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beroep wel door de Vereniging is ingesteld, die als aanvrager belanghebbende is. De rechtbank had moeten informeren naar de indiener van het beroep. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak en beoordeelt dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro voor het indienen van het beroep, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht. De zaak is behandeld in het openbaar op 10 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.