ECLI:NL:RVS:2018:3254
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving geuroverschrijding mestverwerkingsbedrijf
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wees verzoeken van twee appellanten om handhavend op te treden tegen geurhinder van een overslag- en mestverwerkingsbedrijf te Helmond af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant B gegrond en dat van appellant A ongegrond, waarbij appellant B geen belanghebbende werd geacht vanwege de afstand tot het bedrijf.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat appellant B terecht geen belanghebbende is, maar dat appellant A wel belanghebbende is. De Afdeling stelt vast dat het college ten onrechte alleen de geurmeting van 10 december 2015 heeft betrokken en een te ruime meetonzekerheid van factor 2,8 heeft toegepast in plaats van de algemeen aanvaarde factor 2.
Door deze onjuiste toepassing was het college onterecht van oordeel dat geen overtreding van het geurvoorschrift bestond, terwijl de meting van 1 december 2015 met factor 2 wel een overschrijding aantoonde. Daarom was het college bevoegd tot handhavend optreden en heeft het besluit van 28 juni 2016 aan appellant A ondeugdelijk gemotiveerd. De Afdeling vernietigt het bestreden besluit en gelast het college opnieuw te beslissen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant A.
Uitkomst: Het besluit van het college om niet handhavend op te treden tegen het mestverwerkingsbedrijf wordt vernietigd en het college moet opnieuw beslissen.