ECLI:NL:RVS:2018:3183
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kostenverhaal bestuursdwang en afwijzing schadevergoeding appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen heeft appellant kosten opgelegd voor bestuursdwang die werd toegepast vanwege overtreding van het bestemmingsplan op een perceel. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures stelde het college de te verhalen kosten definitief vast op een bedrag van € 70.904,62.
Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat de kosten niet goed waren onderbouwd, dat de opbrengst van geveilde goederen onredelijk laag was, en dat het college zich niet mocht baseren op de waardering van Dekra. Ook betwistte hij de specificatie van personeelskosten en de hoogte van compensatie voor verwijdering van hekwerk, schuren en groen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat nieuwe beroepsgronden in hoger beroep buiten beschouwing blijven. De deskundigheid van Dekra werd bevestigd en het college mocht afgaan op hun waardering. De specificatie van personeelskosten was voldoende inzichtelijk en er was geen grond voor een hogere compensatie. Ook werd geen onrechtmatigheid vastgesteld in de berekening van asbestsanering.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen van de wettelijke voorwaarden daarvoor was vervuld. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.