ECLI:NL:RVS:2018:3181
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake handhaving bestemmingsplan Deventer
Mayhill Vastgoed B.V. verzocht het college van burgemeester en wethouders van Deventer om handhavend op te treden tegen het gebruik van panden in strijd met het bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af en verklaarde de daarop volgende bezwaren niet-ontvankelijk. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hadden eerder de besluiten van het college vernietigd en bevestigd dat Mayhill belanghebbende is bij de handhavingsbesluiten.
Mayhill verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die het college opdraagt binnen vier weken inhoudelijk te beslissen op haar bezwaren. De voorzieningenrechter oordeelde dat het aannemelijk is dat de besluiten van het college in beroep niet in stand zullen blijven, maar dat de voorzieningenrechter geen toestemming kreeg om onmiddellijk in de hoofdzaak uitspraak te doen.
Omdat de voorzieningenrechter de besluiten niet kan vernietigen, kan alleen een schorsing worden uitgesproken, wat Mayhill niet voldoende achtte. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af, met de toezegging dat er spoedig een uitspraak in de hoofdzaak zal volgen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht werd terugbetaald.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de voorzieningenrechter geen inhoudelijke beslissing kan afdwingen en een schorsing Mayhill niet helpt.