ECLI:NL:RVS:2018:3171
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling kreeg bij besluit van 5 april 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als gezinslid van zijn moeder, die zelf een verblijfsvergunning als verdragsvluchteling had gekregen. De vreemdeling stelde dat hem ten onrechte geen zelfstandige verblijfsvergunning als asielzoeker was verleend, wat een sterker verblijfsrecht zou bieden.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij geen belang zou hebben bij de beoordeling. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State, die oordeelde dat het beroep wel ontvankelijk is omdat een zelfstandige verblijfsvergunning een gunstigere positie biedt.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €501,00.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het procesbelang bij verblijfsvergunningen en bevestigt dat gezinsleden aanspraak kunnen maken op zelfstandige verblijfsrechten die niet afhankelijk zijn van het verblijfsrecht van de hoofdvreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.