ECLI:NL:RVS:2018:3161
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatig terugkeerbesluit
De vreemdeling werd op 20 juli 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen deze bewaring op 13 augustus 2018 ongegrond, ondanks dat het terugkeerbesluit onrechtmatig werd bevonden en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat indien een terugkeerbesluit onrechtmatig is, de maatregel van bewaring ambtshalve onrechtmatig moet worden geacht. De rechtbank had het beroep tegen het terugkeerbesluit gelijktijdig behandeld en dit besluit vernietigd, maar had de bewaring onterecht als rechtmatig beschouwd. Hierdoor slaagde het hoger beroep.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring alsnog gegrond verklaard. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing meer gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend voor de periode van 20 juli tot 1 augustus 2018. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor de rechtsbijstand in het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdelingenbewaring onrechtmatig verklaard met toekenning van vergoeding en proceskosten.