ECLI:NL:RVS:2018:3134
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bestuursdwang wegslepen voertuig
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch heeft op 28 december 2016 bestuursdwang toegepast door een voertuig weg te slepen. Appellant diende op 15 januari 2017 een bezwaarschrift in, dat het college op 4 juli 2017 niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late ontvangst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was verzonden.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij het bezwaarschrift wel tijdig had verzonden, onderbouwd met een kopie van een aan het college geadresseerde enveloppe met een frankeersticker van PostNL en een betalingsbewijs van hetzelfde postagentschap, beide gedateerd 15 januari 2017. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was verzonden binnen de termijn van zes weken zoals bepaald in artikel 6:7 Awb Pro.
De Afdeling stelde dat het college het vermoeden van ontvangst niet had ontzenuwd en dat het besluit tot niet-ontvankelijkheid daarom onterecht was genomen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van het college vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
De zaak werd behandeld door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die het hoger beroep op 26 september 2018 in het openbaar uitsprak.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar is vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.