ECLI:NL:RVS:2018:3101
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- F.C.M.A. Michiels
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens inzet beroepskracht zonder passende kwalificatie in kinderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellante, houder van een kinderdagverblijf, een bestuurlijke boete van €2.000,- op wegens het inzetten van een beroepskracht die niet beschikte over een passende beroepskwalificatie zoals vereist in de collectieve arbeidsovereenkomst kinderopvang 2016-2017.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de CAO kinderopvang een limitatieve opsomming van kwalificaties bevat en dat de universitaire studie orthopedagogiek van de beroepskracht niet voldeed aan deze kwalificaties. Ook matiging van de boete werd afgewezen.
In hoger beroep betoogde appellante dat de universitaire studie een hoger niveau vertegenwoordigt dan de in de CAO genoemde opleidingen en dat de diplomalijst een passende kwalificatie toekent tot 1 juli 2018. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp dit betoog, bevestigde het limitatieve karakter van de CAO en oordeelde dat de diplomalijst geen onderdeel uitmaakt van de CAO.
Daarnaast werd het evenredigheidsbeginsel niet geschonden omdat het college de boete op basis van het handhavingsschema passend had vastgesteld en geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die matiging rechtvaardigen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €2.000,- wegens het inzetten van een beroepskracht zonder passende beroepskwalificatie.