ECLI:NL:RVS:2018:3077
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 november 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 14 juni 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit bij uitspraak van 20 november 2017. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de identiteit en familierelatie van de vreemdeling niet de nieuwe vaste gedragslijn volgde, waarin ook onofficiële documenten betrokken kunnen worden. Hierdoor was de motivering van het besluit ondeugdelijk. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en tot terugbetaling van het griffierecht. Het hoger beroep werd daarmee succesvol geacht en het besluit tot afwijzing vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.