ECLI:NL:RVS:2018:3004
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bezwaar staatssecretaris over overbrenging afval naar Duitsland
Verzoekers hebben kennisgeving gedaan van de overbrenging van afvalstoffen (vliegas, rookgasreinigingsresidu en slib) naar Duitsland voor de productie van mortel die wordt gebruikt voor de fundering van zoutmijnen. De staatssecretaris maakte bezwaar tegen deze overbrenging, stellende dat het geen nuttige toepassing maar verwijdering van afval betreft, gebaseerd op een arrest van het Hof van Justitie en een gewijzigde EU-richtlijn.
De voorzieningenrechter overweegt dat het centrale punt is of sprake is van verwijdering of nuttige toepassing van het afval. De staatssecretaris stelt dat de productie van mortel niet als nuttige toepassing kan worden aangemerkt omdat het afval gevaarlijk is en niet voldoet aan de definitie van opvulling in de kaderrichtlijn afvalstoffen. De voorzieningenrechter stelt echter vragen bij deze uitleg en benadrukt dat de Duitse autoriteiten het gebruik van het afval als nuttige toepassing erkennen.
Gezien de onzekerheid over de juistheid van het standpunt van de staatssecretaris en het lopende beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak, besluit de voorzieningenrechter de bestreden besluiten te schorsen en verzoekers voorlopig toestemming te verlenen voor de overbrenging. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bestreden besluiten van de staatssecretaris worden geschorst en verzoekers worden geacht toestemming te hebben voor de overbrenging van afval naar Duitsland.