ECLI:NL:RVS:2018:299
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening Remigratiewet-uitkering wegens duurzame scheiding
Appellant ontving sinds 2001 een uitkering op grond van de Remigratiewet en sinds 2008 een AOW-uitkering met toeslag voor zijn echtgenote. De raad van bestuur herzag bij besluit van 17 februari 2015 de Remigratiewet-uitkering en trok de toeslag in per 1 februari 2013, omdat appellant vanaf die datum duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote.
Appellant voerde aan dat de duurzame scheiding pas per 19 november 2014 was, de datum van de echtscheidingsuitspraak van de rechtbank te Nador, en dat zijn echtgenote tot die datum bij hem woonde. Hij ondersteunde dit met getuigenverklaringen. De rechtbank oordeelde echter dat appellant zijn echtgenote op 1 februari 2013 uit de woning had verjaagd en sindsdien niet meer in haar levensonderhoud voorzag, wat werd bevestigd door verklaringen en alimentatiebetalingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de echtscheidingsuitspraak van november 2014 niet afdoet aan het feit dat vanaf februari 2013 geen gezamenlijke huishouding meer bestond. De getuigenverklaringen waren summier en algemeen en konden de eerdere bevindingen niet weerleggen. Omdat appellant geen nieuwe feiten aanvoerde, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de Remigratiewet-uitkering per 1 februari 2013 bevestigd.