ECLI:NL:RVS:2018:2955
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling ad hoc-loodsplicht voor vrijgestelde werkschepen op traject Zuider Stortemelk - haven Harlingen
In deze zaak staat de vraag centraal of een e-mail van de hoofdingenieur-directeur waarin wordt vermeld dat een kapitein van een vrijgesteld werkschip voldoet aan de vereisten om zonder ad hoc-loodsplicht te varen, kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Regionale Loodsencorporatie Noord en de Nederlandse Loodsencorporatie waren het niet eens met deze beoordeling en stelden beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse Loodsencorporatie niet-ontvankelijk was in haar beroep en dat de Regionale Loodsencorporatie Noord geen rechtstreeks belang had bij de e-mail. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt dit oordeel voor zover het de Nederlandse Loodsencorporatie betreft en verklaart haar beroep ontvankelijk en gegrond. De e-mail wordt echter niet aangemerkt als een besluit, maar als een bestuurlijk rechtsoordeel, omdat het slechts een indicatie geeft over toekomstige toepassing van de ad hoc-loodsplicht en geen definitieve beslissing over een concrete vaart inhoudt.
Verder oordeelt de Afdeling dat de corporaties geen belanghebbenden zijn bij een besluit over een concrete vaart, omdat zij geen rechtstreeks eigen belang hebben bij het al dan niet opleggen van een ad hoc-loodsplicht aan een kapitein en schip. Het bezwaar van de corporaties tegen de e-mail is daarom niet-ontvankelijk. De hoofdingenieur-directeur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Nederlandse Loodsencorporatie.
De Afdeling bevestigt het overige oordeel van de rechtbank en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 1 november 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Nederlandse Loodsencorporatie is gegrond verklaard en het beroep van de Regionale Loodsencorporatie Noord ongegrond; de e-mail is geen besluit en het bezwaar tegen de e-mail is niet-ontvankelijk.