ECLI:NL:RVS:2018:2881
Raad van State
- Geheimhoudingsbeslissing
- E.J. Daalder
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beperking kennisneming politiegegevens in hoger beroep burgemeester Utrecht
De burgemeester van Utrecht heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland en verzocht om beperking van de kennisneming van bepaalde politiegegevens in het kader van een dieptescreening van twee partijen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van geheimhouding ter bescherming van opsporing en vervolging.
De Afdeling oordeelt dat het belang van opsporing en vervolging niet zwaarder weegt dan het belang van partijen bij kennisneming van de justitiële documentatie in de dieptescreening van één partij en de gehele dieptescreening van de andere partij. Voor deze gegevens wordt het verzoek tot beperking afgewezen. Voor het overige, met name de gegevens uit de Basisvoorziening handhaving in de dieptescreening van de eerste partij, acht de Afdeling het belang van geheimhouding wel zwaarder en wijst het verzoek tot beperking toe.
De Afdeling beveelt de burgemeester om binnen zeven dagen de niet-onder geheimhouding vallende stukken aan de Afdeling en partijen toe te zenden en stelt dat bij niet-naleving gevolgen kunnen worden verbonden. De uitspraak benadrukt de zorgvuldige afweging die bestuursrechters moeten maken bij het omgaan met politiegegevens en de toepassing van de Wet politiegegevens in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van politiegegevens wordt deels afgewezen en deels toegewezen.