ECLI:NL:RVS:2018:2865
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing vanwege onregelmatige betekening bij intrekking Nederlanderschap
Bij besluit van 22 januari 2014 heeft de staatssecretaris het Nederlanderschap van appellant ingetrokken. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de afwijzing daarvan. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet tijdig had voldaan.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Uit nieuwe omstandigheden blijkt dat de aangetekende brief van de rechtbank mogelijk niet op regelmatige wijze aan de advocaat van appellant is aangeboden. De advocaat overlegt bewijs dat een ander poststuk op het kantoor onregelmatig is bezorgd, waardoor twijfel bestaat over de bezorging van de brief van 1 december 2017.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht voor het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.