ECLI:NL:RVS:2018:2830
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring vreemdeling
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van een vreemdeling behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, waarin een maatregel van bewaring was opgelegd. Na een prejudiciële verwijzing aan het Hof van Justitie en de daaropvolgende beantwoording van de gestelde rechtsvraag, heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte heeft vastgesteld dat de bewaring op een juiste wettelijke grondslag was gebaseerd.
De bewaring van de vreemdeling is vanaf het begin onrechtmatig geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk gegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Afdeling heeft het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend over de periode van 14 oktober 2017 tot en met 12 maart 2018, aansluitend op een eerdere schadevergoeding voor de periode van 13 tot en met 29 maart 2018.
Daarnaast is de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring.