ECLI:NL:RVS:2018:2801
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huisvestingsvergunning wegens niet voldoen aan inkomenseis en woonduurcriteria
Appellant verzocht om een huisvestingsvergunning voor een woning in de Rotterdamse Tarwewijk, maar het college wees dit verzoek af omdat hij niet onafgebroken zes jaar in de regio Rotterdam had gewoond en niet voldeed aan de inkomenseis. Het bezwaar en het beroep tegen deze besluiten werden ongegrond verklaard door het college en de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellant dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege zijn langdurige eerdere verblijf in Rotterdam, de schaarste op de woningmarkt, een reeds getekende huurovereenkomst en een oogaandoening. Tevens verwees hij naar artikel 12 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) over het recht op vrije verblijfplaatskeuze.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht heeft geoordeeld dat de omstandigheden niet onvoorzien en nijpend genoeg zijn voor toepassing van de hardheidsclausule. De schaarste geldt algemeen, de huurovereenkomst brengt risico's mee en de aard van de oogaandoening was onvoldoende onderbouwd. De beperking van het recht op vrije verblijfplaatskeuze is wettelijk voorzien en gericht op het beschermen van de openbare orde en leefbaarheid.
Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de huisvestingsvergunning wordt bevestigd.