ECLI:NL:RVS:2018:2789
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor carport en fietsenberging in strijd met bestemmingsplan
Appellante heeft zonder vergunning een carport en fietsenberging gebouwd op haar perceel in Zeist. Na een aanvraag tot legalisatie weigerde het college de vergunning omdat de bouwwerken in strijd waren met het bestemmingsplan, met name vanwege het doorlopen van een groenstrook tussen openbare weg en woningen.
Het college legde een last onder dwangsom op om verwijdering of aanpassing af te dwingen. Appellante stelde dat het college onredelijk handelde, mede omdat voor de carport wel vergunning werd verleend en vergelijkbare gevallen niet werden gehandhaafd.
De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid de vergunning kon weigeren en handhavend kon optreden. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het college geen afwijking van het bestemmingsplan wil toestaan in het voorerfgebied om het openbaar groen te beschermen.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat vergelijkbare gevallen niet voldoende overeenkomen. Verder is het college niet verplicht proceskosten te vergoeden omdat de besluiten niet zijn herroepen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.