ECLI:NL:RVS:2018:2785
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde
Appellante verzocht om het Nederlanderschap, maar de staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat zij een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit was gebaseerd op een taakstraf van achttien uur die zij had opgelegd gekregen wegens een strafbaar feit gepleegd in 2013.
Appellante voerde aan dat de rehabilitatietermijn op een ander moment was ingegaan en dat zij onvoldoende was geïnformeerd bij het indienen van het verzoek. Tevens stelde zij dat haar vrijwilligerswerk, het behalen van het inburgeringsexamen en haar staatloosheid bijzondere omstandigheden vormden die tot een uitzondering op het beleid moesten leiden.
De Raad van State oordeelde dat de rehabilitatietermijn terecht werd berekend vanaf de voltooiing van de taakstraf op 5 augustus 2013 en dat het verzoek daarom binnen deze termijn was ingediend. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de staatssecretaris het verzoek terecht had afgewezen. De aangevoerde bijzondere omstandigheden waren onvoldoende om af te wijken van het beleid. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat appellante onvoldoende was geïnformeerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om naturalisatie wordt afgewezen wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde binnen de rehabilitatietermijn.