ECLI:NL:RVS:2018:2728
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Omgeving Nauerna wegens onvoldoende rechtszekerheid en landschappelijke inpassing
De raad van de gemeente Zaanstad stelde op 20 juli 2017 het bestemmingsplan "Omgeving Nauerna" vast, waarin de gefaseerde beëindiging van het gebruik van de vuilstortplaats Nauerna tot uiterlijk 1 april 2022 is geregeld, met een toekomstige inrichting als bedrijventerrein en natuur- en recreatiegebied. Diverse belanghebbenden, waaronder de vereniging Belangengroep Nauerna (BGN) en omwonenden, stelden beroep in tegen het plan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beroep van een appellant ontvankelijk is vanwege een rechtstreeks belang. De beroepen van BGN tegen bepaalde onderdelen zijn niet-ontvankelijk wegens het niet indienen van zienswijzen. De mediationovereenkomst tussen partijen is een inspanningsverplichting en kan de raad niet binden tot een plan dat niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Het plan voldoet aan milieunormen voor geur, stof en geluid, en aan de VNG-brochure voor milieuzonering. Wel is het plan in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel omdat de voorwaardelijke verplichting voor het aanbrengen van een bovenafdichtingsconstructie onvoldoende duidelijk en handhaafbaar is. Ook ontbreekt een noodzakelijke voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing van de opslag, waardoor het plan strijdig is met de goede ruimtelijke ordening. De Afdeling draagt de raad op binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen en wijst voorlopige voorzieningen toe om het aanbrengen van een eventuele bovenafdichting niet te verhinderen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Omgeving Nauerna wordt gedeeltelijk vernietigd vanwege strijd met rechtszekerheid en het ontbreken van een voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing; de raad moet binnen 26 weken een nieuw besluit nemen.